EzelsbrugEzelsbrug © illustratrie: Coen Hamelink website Coen

synopsis

Wordt een bijenkoningin te oud, dan neemt een jongere bijenprinses de taak van de oude koningin over en wordt zo de nieuwe bijenkoningin. De jonge koningin verjaagt de oude of steekt haar zelfs dood.                                                                                                                                             Zover wil de oude bijenkoningin het niet laten komen. Met hulp van een hooiwagen (de koningin kan niet meer zo lang achter elkaar vliegen) vlucht ze weg uit het bijennest, achtervolgd door een zwerm bijen die haar willen vangen en terugbrengen naar hun nieuwe koningin. Net op tijd kan de koningin zich in het bos verstoppen. De bijen vliegen terug naar het nest.                                                                                                                                                                        In de struiken hoort de koningin een stem. Als ze naar het stemgeluid toe gaat, staat ze opeens voor een deur. Boven de deur staat Poort van Heinde. De koningin loopt verder tot vlak voor de deur. Dan draait de deur opeens open. Achter de deur komt een bosmier de koningin tegemoet en stelt zich voor als de Mier van Welkom. Ze vertelt de koningin dat ze in de Tuinen van Ginder is. Om precies te zijn in de Tuin van Lucht en Verlichting. De Mier van Welkom is zo opgewonden over de komst van de bijenkoningin dat ze geen tijd heeft antwoord te geven op alle vragen van de koningin. Zij wil maar één ding: de andere bosmieren zo snel mogelijk op de hoogte brengen van de komst van de bijenkoningin.             Niet veel later is de bijenkoningin weer alleen. Ze besluit op onderzoek te gaan. Onder een oude wilg komt ze Suikerspin tegen. Een roze spin van gesponnen suiker die een das voor zichzelf aan het breien is en verzot is op het spelletje ‘geen ja en gaan nee’. Al snel blijkt Suikerspin helemaal niet zo’n aardige spin te zijn. Net op tijd kan de koningin zich uit de poten van Suikerspin bevrijden en weg vluchten.

Op haar tocht door de Tuinen van Ginder komt ze nog veel meer vreemde beesten tegen. Zoals Blitskikker, een reuzenkikker, die met nog drie andere beesten aan de Tafel van Vijf zit: een tafel in de vorm van een vijf. Blitskikker weet de koningin zover te krijgen dat ze samen met de anderen een dobbelspelletje gaat spelen. Maar de duizendpoot gooit de dobbelstenen zo hoog de lucht in, dat een van de stenen op de grond in tweeën breekt. Huilend raapt de andere dobbelsteen de twee helften van zijn tweelingbroer op en ‘gedrieën’ rennen ze weg. De koningin gaat achter de dobbelstenen aan. Onderweg komt ze bij Ezelsbrug, die haar raadseltjes opgeeft. In ruil voor een goed antwoord mag de koningin de oversteek maken over de brug van Ezelsbrug naar de Tuin van Lief en Ledig. Daar ontmoet ze naast verschillende vlinders ook Muggenzifter. Maar als een knuffel van het oranjetipje door de bijenkoningin verkeerd wordt opgevat en de vlinder een (kleine) bijensteek krijgt, is het uit met de vriendelijkheid van de vlinders. Gelukkig weet Muggenzifter een goede verstopplaats, een verlaten mollenhol. Daar vertelt Muggenzifter de koningin de geschiedenis van de Tuinen van Ginder. Over het vroegere Prinselijk Park van Ginder met de prachtige hofvijver en over Blijgaarde, de laatste Tuin van Ginder. Ook vertelt Muggenzifter de koningin hoe op een dag een leger rupsen Blijgaarde kaalvraten en de tuin veranderden in een zompig moeras: de tegenwoordige Hof van Nevelingen waar nu Octopus en haar jongen wonen.

Na een gevaarlijke en zeker ook pijnlijke ontmoeting met Octopus belandt de koningin in het hol van de doodgraver. Die ziet in de koningin een makkelijke prooi om haar eitjes in te leggen. Net op tijd wordt de koningin door de bosmieren bevrijd en meegenomen naar hun mierenhoop in Blijgaarde. Daar is ook de Mier van Welkom. Die verwelkomt de koningin alsof ze al de nieuwe bosmierenkoningin is. Dat is namelijk de diepste wens van alle bosmieren: een nieuwe koningin voor de bosmieren. Na een lange nacht slapen is de koningin zover opgeknapt dat ze Blijgaarde kan gaan verkennen. Samen met de Mier van Welkom. Die vertelt de koningin over het Eindeslot en de bosmierenkoningin die op een dag samen met de Mier van Welkom naar het Eindeslot is gevlogen en nooit meer is teruggekeerd. De Koningin wordt zo nieuwsgierig dat ze niet kan wachten het Eindeslot te bezoeken. Uiteindelijk weet ze de Mier van Welkom over te halen met haar mee te gaan. Ze neemt de Mier van Welkom op haar rug en samen vliegen ze naar het Eindeslot. Daar aangekomen hoort ze de mooiste muziek die ze ooit heeft gehoord. Ze verlangt zo sterk naar het bijennest dat ze ter plekke besluit terug te gaan naar haar volk. Maar dan stopt de muziek plotseling en valt de koningin, met de Mier van Welkom op haar rug, als een baksteen naar beneden. Met een bons valt ze in het zachte mos.

Gelukkig heeft de koningin niets gebroken. Als ze opstaat ziet ze recht voor zich de Poort van Heinde. Ze vertelt de Mier van Welkom van de muziek en haar verlangen terug te gaan naar het bijenvolk om weer koningin te worden. Ze zal nooit een koningin van bosmieren kunnen zijn. Teleurgesteld staat de Mier van Welkom op en verdwijnt zwijgend door de Poort van Heinde.                                                                                                                                                      Dan hoort de koningin opnieuw de geheimzinnige stem. De stem vertelt over haar eigen verlangens. Over de bosmieren die toch maar het leven van de koningin hebben gered en over de diepe wens van elke koningin om weer bij een volk te horen. Tijdens dit gesprek komt de koningin tot het inzicht dat ze datgene waar ze werkelijk naar verlangt nooit zal terugkrijgen bij de bijen. Integendeel. De kans dat ze door de nieuwe koningin wordt doodgestoken is zeer groot. Dan neemt de koningin een besluit en loopt naar de Poort van Heinde. Daar aangekomen stapt ze voor de tweede keer door de poort de Tuin van Lucht en Verlichting in.

De Mier van Welkom staat alweer klaar om de nieuwkomer te verwelkomen. Als de Mier van Welkom ziet wie ze welkom heet, stopt ze. Met haar poot stampt de koningin zo hard ze kan op de grond. ‘Luister goed, Mier van Welkom,’ zegt ze resoluut. ‘En geef het aan iedereen in de Tuinen van Ginder door. Mijn allereerste besluit als koningin van de bosmieren is, dat ik jou benoem tot opperwachtmeester van het eerste garnizoen. Ga naar je nest en verzamel honderd potige mieren. Daarna kom je bij mij terug. En wel zo snel mogelijk.’ De buiging die de Mier van Welkom maakt is zo diep dat ze met haar snuit bijna het uiterste puntje van haar poten raakt. ‘Zeker, majesteit. Tot uw orders, majesteit.’ En weg is de Mier van Welkom.

De koningin besluit om naar Blijgaarde te gaan om daar een groot feest te vieren ter ere van haar nulde verjaardag als koningin van de bosmieren. Onderweg komt ze Blitskikker tegen die ze nog even snel de tafel van vier leert. Dan hoeven ze nooit meer te wachten op een vijfde man. Ze nodigt Blitskikker uit voor het grote feest die avond. Ook Suikerspin en Ezelsbrug worden uitgenodigd. ’s Avonds opent de koningin het bal met het oranjetipje. Om de steek met haar angel goed te maken.