Op reis met Mona Lisa

prijs Metamofose ParijsIn de zomer van 2011 hebben de Bibliotheek Zoetermeer en het Stadsmuseum Zoetermeer in samenwerking met uitgeverij Free Musketeers een reisverhalenwedstrijd uitgeschreven met als thema ‘Op reis met Mona Lisa‘.                                                         Tot mijn grote verrassing won ik met mijn verhaal Metamorfose de 1e prijs. Ik mocht samen met Frens, mijn partner, een weekend naar Parijs om de Mona Lisa in het Musée du Louvre te bewonderen. Toevallig was het een bijzonder rustige dag in het Louvre. Geen onbelangrijke bijkomstigheid.

Juryrapport

Een historische verantwoord en spannend verhaal. Is het een echt reisverhaal? Ja toch wel, het is immers de verbeelding van een reis. Een bijzonder interessant perspectief van een Mona Lisa op een paneel. Dit verhaal is geschreven door een persoon met kennis van zaken, als het gaat om kunstgeschiedenis maar ook als het gaat om Italië. Een sterk einde, een goede opbouw en diepgang. Literaire personages in een korte tijd geportretteerd. Heel origineel en nog literair ook. De eerste prijs gaat naar Metamorfose geschreven door Rieks Veenker.

 

Metamorfose

Gelukkig heb je mij op een stoel gezet. Daarvoor ben ik je dankbaar. Ik, Lisa del Giocondo, tweede echtgenote van Francesco del Giocondo, zijdehandelaar uit Firenze. We kennen elkaar langer: jij en ik. Jij mij van die keer dat jouw vader Francesco met een proces heeft geholpen. Ik jou van de verhalen, toen je nog in Firenze in het atelier van meneer Verrocchio werkte. Maar zo’n intiem moment als dit hebben wij nooit gekend. Slechts een armlengte van elkaar verwijderd, onze blik zoekend op de ander gericht. Ik voel me er niet onprettig bij.                                                                                                                                                                               Niemand, zelfs mijn echtgenoot niet, die het al heeft gezien. Behalve jij. We hebben er met geen woord over gesproken. Dat hoeft ook niet, je gezicht heb ik allang gelezen. Je ogen, je mond toen je mij begon te schilderen. Maar bovenal je handen. Hoe je die van mij hebt gevouwen, schijnbaar rustend op de armleuning. Niets is minder waar, weet ook jij. Ze beschermen mijn schoot. Ik verzoek je er nog over te zwijgen, daarvoor is het te pril. Is dat trouwens de reden dat je me La Gioconda hebt gedoopt? Jazeker, blij ben ik. En gelukkig. Niet in de laatste plaats omdat ik hier bij jou in je werkplaats ben.

Ik kan zien waar je mee bezig bent. Je hebt me hoog genoeg op de ezel geplaatst om over je schouder mee te kijken. Schetsen voor je werkgever, Cesare Borgia, die in Valdarno en Valdichiana militaire versterkingen wil aanleggen om het opstandige volk in Arezzo af te schrikken. Nieuwe waterwegen en een verbeterd netwerk om zijn legers snel over de Via Cassia te kunnen verplaatsen. Werkelijk, ik snap niet dat jij je talenten in dienst van zo’n bruut hebt gesteld. Iemand die opdracht heeft gegeven de echtgenoot van zijn bloedeigen zuster Lucretia te wurgen. Enkel en alleen omdat hem dat politiek beter uitkwam. De man ook waarvan ze beweren dat hij diezelfde zus meermalen heeft misbruikt: zowel voor eigen genot als voor strategische doeleinden. Net als die vader van hem, paus Alexander VI. Moet je voorstellen: je eigen dochter!                                                                                                                      Jij, die zo vredelievend bent. Die als geen ander de waarde van de levende natuur onderkent. Haar schoonheid. ‘Alle wezens die kunnen bewegen, kunnen pijn lijden en daarom eet ik enkel wat zich niet kan verroeren’. Het zijn je eigen woorden. Maakt de mens soms geen deel uit van diezelfde natuur? Is ons leven niet evenveel waard als dat van al die andere wezens die pijn kunnen lijden? Zonder druk op je te willen uitoefenen – wie ben ik dat ik meen daar het recht toe te hebben – als er één moment is waarop jij je van jouw broodheer zou kunnen losweken, is het nu wel. De haat tegen Borgia groeit met de dag. Zelfs zijn eigen soldaten zijn aan het muiten geslagen, heb ik gehoord. Lang kan het niet meer duren, en zijn macht is ten einde. Of hebben jouw ambities je zo in hun greep dat je al die misdaden van hem niet onder ogen wilt zien? Waarom begin je hier in Firenze niet je eigen bottega? Firenze is een stad van kunstminnaars. Opdrachtgevers genoeg.                                       Maar iets heel anders nu. Dat is de Ponte Buriano, nietwaar? De brug over de Arno waar al vanaf de dertiende eeuw Romeinen overheen zijn getrokken naar Firenze. En terug. Ook ik heb dat gedaan. Die keren dat ik mijn echtgenoot heb vergezeld naar Arezzo. Elke reis nog heb ik een koperen muntje over de rand van de brug in het water gegooid. Ze zeggen dat het werkt. Zou ik daarom zo gelukkig zijn? Of vind je me nu te naïef?

Vandaag heb je me onder de arm genomen en meegevoerd naar de heuvels van Toscane, ver weg van het rumoer van Firenze. Naar mijn geboortestreek Chianti: het kostte me weinig moeite de reis terug naar mijn jeugd te maken. Hoe ik als jong meisje op de boerderijen van mijn vader meehielp met oogsten. Met lange stokken tegen de boomtakken sloeg. Het pizzicato van vallende olijven op de harde grond. En dan wie de meeste vruchten kon rapen en in de manden kon doen. Voor mijn vader bittere noodzaak, voor mij kinderspel.        Langs oude olijfgaarden heb je me geleid – het duurt nog even voor ze rijp zijn -, over glooiende hellingen met hun mozaïek van wijngaardvelden. Lijnenspel van haaks op elkaar gekamde stroken groen, afgewisseld met het goudgeel van graanakkers. En daartussen, schijnbaar willekeurig, de trotse cipressen, stevig in de roodbruine klei geworteld. Verticaal en horizontaal: tegenwicht en evenwicht. Ach, ik zou ze bijna nog vergeten: de breed uitwaaierende pijnboomkruinen. Even contrasterend met de cipressen als de vlakke wijn- en graanvelden.                                                                                                                                                           Helaas moet ik de zoete, haast bedwelmende geur van oleander missen, het aanhoudende getjirp van cicaden, de droge zomerbries door mijn haren. Maar de warmte op mijn gelaat maakte veel goed.

Ik weet waarom je die schetsen op tafel hebt uitgestald. Eén ervan herken ik: je hebt hem mij eerder laten zien. Valdarno met de Ponte Buriano die je volgens mij vanaf de akkers bij Quarata hebt getekend. De andere twee maken ongetwijfeld ook deel uit van de serie tekeningen die je in opdracht van Borgia hebt gemaakt. Nu hij gevangen is genomen en aan de Spaanse koning uitgeleverd, heb je voorlopig niets van hem te vrezen. Evenmin van zijn vader. Ongetwijfeld heb ook jij de verhalen gehoord van dansende mensenmassa’s in de straten van Rome, toen bekend werd dat de paus eindelijk dood was. Vergiftigd! Tien kruiers waren nodig om zijn gezwollen lijf de kist in te duwen. Waarna ze het deksel met nagels moesten dichtslaan omdat deze anders niet wilde sluiten. Geld stinkt niet, zeggen ze. Nou, bij Alexander VI gaat dat dus niet op. Het heeft dagen geduurd voordat de bederfelijke lucht uit het pauselijk paleis was verdwenen.                                                                                             Van één van de twee schetsen kan ik het onderschrift van deze afstand lezen: Valdarno, Arezzo. Daaronder Calanchi, Loro Ciuffenna. Wil je mij werkelijk behagen, dan gebruik je die als achtergrond. Net als jij heb ook ik aan de voet van de Pratomagno gestaan, mijn blik langs de steile wanden van de Calanchi laten glijden. Grillige, door erosie uitgesleten rotsformaties. Maar Borgia heeft jouw reis door Valdarno niet betaald om de schoonheid van deze sprookjesachtige streek te tekenen. Het was hem enkel en alleen te doen om de strategische betekenis van Loro Ciuffenna. Vanaf dit punt hebben reeds de Etrusken de weg tussen Firenze en Rome gecontroleerd. Ongetwijfeld was Borgia daarvan op de hoogte.

Ik kan de metamorfose voelen. Het penseel waarmee je over mijn wang strijkt, jouw vingertop die uiterst zorgvuldig de overtollige verf uit mijn gezicht veegt. Omzichtig, bijna angstig zelfs. Alsof je terugschrikt voor de intimiteit van jouw aanraking en me tegelijkertijd niet los wil laten. Ik kan het zien in je blik: je bent begonnen me vrij te maken van La Gioconda. Langzaam maar zeker vervaagt het beeld van de vrouw die voor mij model heeft gestaan. Die ingenomen glimlach om je mond verraadt je: je wilt mij je muze maken.                           Nog niet zo lang geleden heb je een van jouw meest geliefde leerlingen, il Salaino zoals je hem schertsend noemt, laten opschrijven dat wanneer het talent ontbreekt, iemand ultieme schoonheid in zijn portretten kan bereiken door mooie delen van gezichten te onthouden. Ze uit het hoofd te leren, om ze later tot één geheel samen te voegen.                                 Is dat wat je wilt? Mij vervolmaken met de bekoorlijkste beelden uit je eigen fantasie? Welke delen van mij zijn straks nog van La Gioconda? En welke zullen van jou zijn, van mij, van ons? Nu pas begrijp ik waarom je haar destijds hebt verzocht niet al te dure kleding te dragen, geen sieraden. Hebt gesmeekt bijna. Ook daar ben ik je achteraf dankbaar voor. Het zou de afstand tussen jou en mij ongewild groot hebben gehouden.                                                Je hoeft niet bang te zijn dat ik me verzet. Integendeel, ik ga maar wat graag met je mee op reis. Ik zal je helpen waar ik kan, steunen, aanmoedigen zelfs, maar beloof me één ding: laat me niet meer los. Neem me met je mee, hou me bij je. Je wilt mij een deel van jezelf maken. Waarom jij dan ook niet een deel van mij?

Dus vandaag ben je er eindelijk aan begonnen: het tweede deel van mijn panorama. Valdichiana, het in de loop der millennia uitgeslepen dal van de Chiana. Zo lang weet ik de naam nog niet. Pas onlangs heb je hem onder de derde schets geschreven. Alhoewel ik er nooit ben geweest, weet ik dat het noordwest van Arezzo ligt. Je keuze is logisch, voor de hand liggend bijna: horizontaal en verticaal. Achter mijn linkerschouder de Calanchi. Aan mijn rechterzijde zal straks de vlakke rivierbedding van de Chiana zich een weg slingeren naar het Chianameer. Of moet ik zeggen moeras? De ondiepe, droge plekken aan de randen verraden het.                                                                                                                                                     Jou kennende neem ik niet aan dat je na het voltooien van de landschappen klaar met me bent. De schaduwen boven mijn ogen bijvoorbeeld. Ik weet dat je pas echt tevreden bent als licht en schaduw zonder een enkele lijn of grens in elkaar overvloeien. Sfumare zoals je het zelf noemt. Al moet je daarvoor nóg eens twintig lagen transparant glazuur aanbrengen. Des te beter, want dan blijven we zeker nog lange tijd samen. En of mijn schoonheid ooit perfect genoeg voor je zal zijn? Net als jij ben ik geduldig. Je hebt me de tijd gegeven. Die krijg je van me terug. Grappig beeld, sfumare. Alsof anderen mij enkel door een door jou opgetrokken rookgordijn mogen aanschouwen. Ben je zo huiverig dat ik mijn ziel aan iemand anders dan jou zou blootleggen? Natuurlijk weet jij als geen ander dat je ook kunt doorschieten. Teveel scherpte wegvagen en zelfs jij zult mij niet meer kunnen bereiken. Maar jij weet stellig wat je doet. Als ik iemand kan vertrouwen, ben jij het wel. Jouw naam, mijn schoonheid: nu al zijn ze voor de eeuwigheid met elkaar verbonden. Jij de schepper, ik jouw muze. Leonardo en Mona Lisa. Het is tijd, vind ik, dat je me die naam ook werkelijk geeft. Lisa del Giocondo ben ik allang niet meer. Mia donna: ik heb jouw lippen de woorden vaak zien fluisteren. Madonna wil je dat ik voor je ben. Monna mag je me noemen of, als je dat beter vindt klinken, Mona. Ik jouw Mona Lisa, jij mijn Leonardo. Geen evenwicht zonder tegenwicht, schoonheid zonder schepper. Geen muze zonder metamorfose.

Mona Lisa

Ter gelegenheid van de wedstrijd is een verhalenbundel uitgegeven bij Uitgever Free Musketeers: Op reis met Mona Lisa.